Exploitatie versus investering (Bouwkostennota 2004)

In de Capita Selecta van de Bouwkostennota 2004 wordt aandacht besteed aan de relatie tussen investerings- en exploitatiekosten. Het Bouwcollege beoogt hiermee een bijdrage te leveren aan de bewustwording van de impact van het ontwerp en materialisering op de exploitatie- en levensduurkosten.

Regelmatig komt in discussie met instellingen naar voren dat het onderscheid tussen investeringen en exploitatie, zoals dat thans bij de bouwplanbeoordeling wordt ge­han­teerd, niet altijd tot optimale oplossingen leidt. Hogere investeringen dan toegestaan zouden soms tot voordelen in de exploitatiesfeer kunnen leiden.
 
Extern onderzoek
In 2003 heeft het Bouwcollege het bureau Van Zanten raadgevende ingenieurs, opdracht gegeven onderzoek uit te voeren naar de relatie tussen investerings- en exploitatiekosten. Dit hoofdstuk vat het rapport van Van Zanten samen.

Het onderzoek beperkt zich tot investeringen die eventueel een voordeel zouden kunnen opleveren voor de exploitatie van het gebouw en de technische installaties. Exploitatiekosten zoals belastingen en verzekeringen vallen buiten het bereik van dit onderzoek, evenals investeringen die invloed hebben op de exploitatiekosten op procesmatig gebied. De beschouwingen richten zich vooral op maatregelen die de kosten voor schoonmaken, energie, onderhoud en bouwkundige en installatietechnische aanpassingen verlagen. Het onderzoek levert handvatten op om op grond van de levenscyclusbenadering een gefundeerde beslissing te kunnen nemen met betrekking tot het toekennen van eventuele normoverschrijdende investeringsbudgetten.
In het rapport wordt onder meer geconcludeerd dat het merendeel van de exploitatie beïnvloedende factoren niet zozeer hogere investeringskosten vergen, als wel aandacht bij het ontwerp, de uitvoering en de contractering.

Naar de mening van het Bouwcollege stuit een overschrijding van de normatieve investeringskosten niet op bezwaren indien de meerkosten worden gemaakt voor maatregelen die de energie- en onderhoudskosten verlagen. Deze meerkosten kunnen echter niet leiden tot nacalculatie in de tarieven; de meerkosten kunnen immers door de gebruiker worden terugverdiend.
Maatregelen ter verbetering van de flexibiliteit (veranderbaarheid en aanpasbaarheid) kunnen indien deze voldoende door de aanvrager zijn onderbouwd wel voor nacalculatie in aanmerking komen. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de verwerving van extra grond ten behoeve van toekomstige uitbreiding, de realisatie van extra voorzieningen (vloeroppervlakte) met het oog op een voorziene capaciteits-ontwikkeling of het treffen van extra voorzieningen en/of vloeroppervlakte in het kader van het ‘omkeerbaar bouwen’. Een generieke verhoging van de kostennormen op voorhand ter verruiming van de mogelijkheden voor exploitatiekosten verlagende maatregelen wordt vooralsnog niet voorgestaan.
Het Bouwcollege zal zich de komende tijd verder beraden op de door bureau van Zanten gedane aanbevelingen. Daarbij zullen – mogelijk mede in samenwerking met de partners van het EU Health Property Network – de modellen voor levensduurkostenbenadering en de daarbij behorende afwegingssystematiek verder worden uitgewerkt. Dit onderwerp is opgenomen in het Werkprogramma 2005.

In de onderstaande link vindt u de volledige tekst van het hoofdstuk Exploitatie versus investering.

Onderdeel van: Bouwkostennota 2004, Exploitatie versus investering



 

Thema's